Onze buurman

Bij onze aankomst in Frankrijk werden wij enthousiast verwelkomd door Louis, onze buurman. Louis is een jaar of 70 en geboren en getogen in Lucenay l’Evêque. Tijdens de oorlog werd hij in Duitsland te werk gesteld. Hij bewaart er geen slechte herinneringen aan; het is zijn enige reis ooit. Hij leerde er wat Duits dat hij met ons hoopt op te frissen. Dat wil niet echt vlotten, zijn woordenschat is wat roestig na al die jaren. Een paar maanden later toont hij ons trots een Nederlands woordenboek. Hij gaat Nederlands leren!

Dat blijkt moeilijker dan gedacht en het woordenboek verdwijnt in een van de grote stapels boeken, tijdschriften en kranten die hem omringen. Louis is een enorme verzamelaar, niets lijkt ooit zijn huis te verlaten. Lege mosterdpotjes worden door hem schoongewassen en gevuld met honing. Naast voormalig schoenmaker is hij ook imker: het tweetalige bordje Miel/Honig prijkt trots aan zijn gevel. Af en toe koop ik een potje honing. Ik word uitgenodigd om te kijken hoe hij de honing slingert. De bijen gonzen om ons heen maar gestoken worden we gelukkig niet. Zijn honingvoorraad bewaart hij als waardevolle schat onder zijn bed.

Louis rijdt in een oude Fiat Panda. Op zijn gemak kart hij een paar keer per week naar Autun of het dorpsplein van Lucenay, onderweg stoppend om met andere oude mannetjes een praatje te maken. Dan stoppen ze midden op de weg, draaien het raampje naar beneden en nemen de laatste nieuwtjes door. Maar Louis wordt een dagje ouder en ook op andere punten is zijn rijstijl niet veilig meer. De richtingaanwijzers gebruikt hij niet en zijn snelheid komt niet echt overeen met die van de andere automobilisten. Ook ziet hij steeds slechter en het lukt hem niet meer om afstanden te schatten.

Op een dag zien we de Panda in het kleine riviertje achter ons huis staan. Louis is nergens te bekennen. Als we bij hem aankloppen, zit Louis rustig op een stoel. Zijn broekspijpen zijn nat tot de knie: ongeveer het waterpeil van de Ternin. Hij heeft de bocht gemist en is het water ingereden. Vervolgens is hij doodleuk uitgestapt en naar huis gelopen. Een boer trekt de Panda met een tractor uit het water. De Panda rijdt nog; en ook Louis rijdt gewoon door. Hij wil van geen stoppen weten, iedereen maakt immers weleens een stuurfoutje. Maar onze buurman is een gevaar op de weg geworden. Af en toe verwisselt hij per ongeluk gas- en rempedaal. Wij voelen ons er niet veiliger op.

Ik informeer bij de burgemeester en de dokter of het mogelijk is om zijn rijbewijs in te trekken. Dat blijkt in Frankrijk niet mogelijk. Het ‘gevaar’ blijft dus een paar keer per week langs ons heen rijden. Het probleem lost vanzelf op als Louis zich weer eens vergist. In plaats van te remmen, geeft hij vol gas en rijdt met volle vaart zijn berging in. Door de gesloten deuren welteverstaan. Louis is gelukkig ongedeerd maar deze manoeuvre overleeft zelfs de Panda niet. De auto wordt niet meer vervangen en wij halen opgelucht adem.

Onze vriendelijke buurman wordt met de jaren steeds verwarder. Hij weet niet meer of het dag of nacht is en zwerft soms ’s nachts over straat. Samen met een andere buurman brengt Jeroen hem weer thuis en legt hem in bed. Louis wordt steeds minder mobiel en komt bijna niet meer de deur uit. Door de aanschaf van een televisie wordt zijn wereld weer iets groter. Met veel plezier kijkt hij naar Duitse schlagershows genietend van een zoet puddinkje. Als Louis 89 is, maakt hij zijn laatste reis. Gute Reise, lieve buurman.